Visie op het basisonderwijs
De fundamentele uitgangspunten, de principiële houdingen die men heeft t.a.v. mens en maatschappij moeten worden vertaald naar de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen.
Ze zijn een kader waarbinnen men kwalitatief onderwijs wil realiseren. Deze uitgangspunten moeten gerelateerd worden aan de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, als minimaal verplicht na te streven en/of te bereiken einddoelen.
We streven ernaar dat het kind goed functioneert in ‘de wereld’.
Dit situeert zich in drie velden, nl:
A. Het veld van de basiskenmerken die de kern vormen:
- het beschikken over een positief zelfbeeld;
- gemotiveerd zijn;
- zelf initiatief nemen.
B. Het veld van de algemene ontwikkeling dat doelen omvat van meer algemene aard. Deze doelen zijn zowel in leergebieden als in leergebiedoverschrijdende thema’s impliciet terug te vinden:
- kunnen communiceren en samenwerken;
- zelfstandigheid aan de dag leggen;
- creatief en probleemoplossend omgaan met de omringende wereld;
- zelfgestuurd leren.
C. Het veld van de specifieke ontwikkeling dat doelen omvat waarvan men de inhouden kan
ordenen volgens leergebieden die in het onderwijs meer specifiek aan de orde zijn:
- lichamelijke opvoeding;
- Kunst en cultuur;
- taal (Nederlands, Frans);
- Ik en de wereld (wetenschap en techniek/mens en maatschappij) ;
- wiskunde;
- digitale geletterdheid, leercompetenties en sociaal-relationele competenties.
Deze ontwikkelingsvelden zijn geënt op ‘de wereld’, in zijn ruime betekenis. Het is de werkelijkheid waarin het kind gaat functioneren. Het kind leert de werkelijkheid begrijpen, wordt vaardig en ontwikkelt een positieve houding.
De kwaliteit heeft met andere woorden alles te maken met de fundamentele uitgangspunten die het schoolbestuur vooropstelt en die samen met de scholengemeenschap concreet vorm krijgen. Vanuit dit pedagogisch project werkt het lerarenteam op zodanige wijze aan de realisatie van de vooropgestelde doelen, dat er recht wordt gedaan aan de kenmerken van goed basisonderwijs. Kwaliteit voor een school betekent dus meer dan de mate waarin en de wijze waarop doelen worden gerealiseerd.
De kwaliteit van een school uit zich op de eerste plaats in het dagelijks pedagogisch klimaat, het samenlevingsmodel dat de school uitbouwt, de leef- en werkcultuur die er heerst.
Goed basisonderwijs wordt omschreven in volgende kenmerken:
Samenhang
Kinderen beleven en ervaren de realiteit niet in vakjes, daarom streven we naar een horizontale samenhang tussen de verschillende leergebieden.
We streven ernaar leersituaties te creëren die voor de kinderen herkenbaar zijn.
De doelstellingen van het basisonderwijs hebben niet enkel betrekking op kennis opdoen, ook inzichten verwerven, vaardigheden en attitudes met betrekking tot de verschillende werkelijkheidsgebieden zijn belangrijke doelstellingen. Ook ‘leren leren’, ‘probleemoplossend denken’ en ‘sociale vaardigheden’ moeten door de basisschool heen in verschillende leergebieden aandacht krijgen.
Totale persoonlijkheid
We streven ernaar om alle aspecten van de persoonlijkheid via de aangeboden vorming in hun ontwikkeling te stimuleren op een evenwichtige wijze.
De kinderen moeten de centrale plaats innemen. Ze dienen zich veilig en goed te voelen op de basisschool.
Het schoolteam beraadt zich over een evenwichtig vormingsaanbod en activiteitenplanning. We streven ernaar in ons aanbod rekening te houden met de verschillende ontwikkelingsterreinen, maar ook met de verschillen in persoonlijkheidsontwikkeling.
Zorg voor elk kind
Een goede interactie tussen kind en leraar, die ook rekening houdt met de thuissituatie, is noodzakelijk om tot succesvolle oplossingen te komen.
We proberen de overgang van de kleuterklassen naar het lager onderwijs en tussen de leeftijdsgroepen te versoepelen.
De schoolteamleden trachten hun onderwijs af te stemmen op de mogelijkheden van de individuele kinderen die ze op school begeleiden.
Dit impliceert dat de school aan een aantal organisatorische voorwaarden voldoet: overlegmogelijkheden, flexibele klasorganisatie...
Daarnaast moeten de leraren de attitude hebben om met elkaar over hun onderwijspraktijk te overleggen, systematisch te reflecteren op de eigen praktijk, de ouders bij het schoolgebeuren te betrekken en open te staan voor nieuwe inhoudelijke vormen van onderwijsondersteuning en remediëring.
Zorgen dat kinderen zich goed en geaccepteerd voelen op school, er gaan functioneren en er plezier beleven, behoort tot de essentie van de leerlingenbegeleiding.
De school zal differentiatievormen inbouwen met het oog op het ondersteunen van elk kind in zijn ontwikkelingsmogelijkheden.
Actief leren
De sociale interactie tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling is een essentieel onderdeel van het interactief proces.
Om actief leren op school te stimuleren, dienen realistische en betekenisvolle probleemsituaties (contexten) binnen de leersituatie te worden gecreëerd.
De school zal de kinderen de attitude bijbrengen van leergierigheid, zelfontdekkend leren. Bronnen leren raadplegen, vragen durven stellen, zelf op zoek gaan naar informatie…
Bij actief leren ligt de klemtoon eerder op het verwerken van, dan op de hoeveelheid aan leerinhoud. Kennis en inzicht zijn in die mate belangrijk dat zij gekoppeld kunnen worden aan denkhandelingen en strategische vaardigheden. Hierdoor worden ze voor het kind hanteerbaar binnen probleemsituaties en worden ze hefbomen voor actief leren en ontwikkeling.
Continue ontwikkelingslijn
Het aangeboden onderwijs wordt zowel naar moeilijkheidsgraad als naar inhoud afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden en –behoeften van de leerlingen.
Aandacht voor ‘continuïteit’ binnen onderwijs betekent ook dat men de drempels tussen de verschillende fasen van de schoolloopbaan, tussen leergebieden, tussen thuis- en schoolervaringen van de leerlingen zo laag mogelijk maakt.
De begeleiders van het kind doorheen de basisschool moeten deze continuïteit nastreven.
Voor de schoolteamleden betekent dit gelijk gerichtheid, stimuleren van een doorlopende leer- en ontwikkelingslijn, afspraken maken en nakomen.
